Prinsenhof, Wilsele (2)

De noordelijke stadsrand van Leuven, gemeente Wilsele, heeft de aanblik van "neutrale", ietwat grijze woonstraten. Alle gronden zijn er tweede helft vorige eeuw ofwel ingevuld met sociale woonblokken ofwel individueel verkaveld en bebouwd behalve een stukje restgrond:

in feite een te diepe tuinstrook achteraan de ene straat, klaarblijkelijk te smal aan de voorzijde van de andere straat. Uiteraard bestond de opdracht er in om het perceel te bebouwen. Voor individuele bebouwing vonden we het perceel inderdaad te ondiep; in een typische appartementsblok konden we ons echter ook niet vinden. Wat we wel zagen zitten waren een soort van villa-appartementen:. woningen die eigen woonkwaliteiten hebben, ook al maken ze deel uit van een groep. Typologisch hebben we m.a.w. te maken met een kruising tussen een individuele en collectieve woonvorm en architecturaal hebben we dit dan ook als dusdanig vertaald. Planmatig zijn de woonentiteiten (4 duo-woningen en toch ook 1 vrijstaande) geschikt dat individueel uitzicht op privacy maximaal is. Alle woningen hebben een aparte garage, inkom en traphal en ze hebben verdiepingen zoals individuele woningen dat ook hebben (het zijn eigenlijk duplexen en triplexen).

Volumetrisch zijn er rechte en afgeschuinde balkvormen. De rechte hebben we voorzien van een zwarte baksteen en er de terrassen in onder gebracht. De afgeschuinde balkvormen zijn voorzien in rode baksteen; ze bevatten de diverse inkomdeuren respectievelijk aan de voor- en zijkant. Achteraan vloeien zwart en rood in mekaar over; houtbekledingen van garages en balkons verbinden het geheel aan de straatzijde. De individuele woning op het eind tenslotte, sluit het geheel af. Het resultaat is een integratie van woonvormen zowel op meso- als op microvlak : stedenbouwkundig positioneert het project zich tussenin de klassiek verkavelde woningen en het sociale woonblok " Schorenshof" architecturaal worden individuele woonentiteiten vervat in één homogeen uitzicht.